Bij Volt doen jongeren gewoon mee, niet in de zandbak

Een woningtekort voor starters, een mislukt leenstelsel experiment, niet waargemaakte beloften om in het hoger onderwijs te investeren, een uitblijvende effectieve aanpak van de klimaatcrisis, de financiële ongelijkheid die alleen maar groter wordt.

16 mrt. 2021

Stuk voor stuk zijn dit problemen die we van mijlenver zagen aankomen en waar de jongere generatie voortdurend tegenaan loopt. Maar, als slechts 1 op de 10 bestuurders (1) naar hen luistert, hoe kunnen we er dan vanuit gaan dat deze problemen de effectieve en duurzame oplossingen krijgen die zij behoeven? Het stelselmatig onderschuiven van jongeren in een jongerenorganisatie helpt hier niet bij. Ook dát behoort tot de politiek van de vorige eeuw. We kunnen het onszelf simpelweg niet meer veroorloven om lastige situaties te ontlopen door de grote problemen van vandaag vooruit te schuiven op de generatie van morgen.

Ooit was een jongerenorganisatie bedoeld om jonge mensen aan een politieke partij te binden en hen ook in hun eigen denkrichting op te leiden. Nu gaat het volgens mij niet meer alleen om de jongeren te betrekken en hen op te leiden. Jongeren sluiten zich niet voor niets aan bij een politieke partij. Ze zijn al politiek geëngageerd en hebben hun mening vaak ook al grotendeels gevormd. De jongerenorganisatie is een adviesorgaan voor de politieke partijen. Door jongeren in de “zandbak” te plaatsen krijgen ze geen volwaardige stem en wordt er door de partij over hen beslist en niet met hen.

De cijfers uit een recent onderzoek van I&O Research laten dit keihard zien: slechts 12 procent van de bestuurders ziet het als een oplossing om de jongeren te vragen wat belangrijk voor ze is. Sterker nog, de helft van de bestuurders vindt dat we de kenniskloof tussen jongeren en bestuurders maar moeten accepteren. Redenen die worden genoemd voor het negeren van jongeren: bestuurders denken dat jongeren niet zijn geïnteresseerd, dat ze politiek niet belangrijk vinden, dat ze gebrek aan levenservaring hebben of alleen aan hun eigenbelang denken. Een hele ‘knappe’ conclusie als maar 1 op de 10 daadwerkelijk openstaat om naar hen te luisteren.

Jongeren willen meepraten, jongeren moeten meepraten

De cijfers uit datzelfde onderzoek laten zien dat tweederde van de jongeren juist veel interesse heeft in de onderwerpen die hen raken. En ook wil meepraten. Dat is hard nodig, want het gaat over zaken die juist jongeren het hardst en het langst in hun leven raken, zoals onderwijs, milieu, het klimaat, de arbeidsmarkt en het pensioenstelsel. De assertiviteit en het aantal leden van die jongerenorganisaties zijn juist daardoor gegroeid. De kans om mee te beslissen krijgen deze jongeren op deze manier echter niet.

Wat werkt dan wel? Een politieke partij waar bestuurders en jonge mensen elkaar kunnen ontmoeten. Niet door middel van speciale platforms en innovatieve apps, maar écht; als een volwaardige gesprekspartner. Niet alleen voor een persmomentje of als zoethoudertje, waar een Minister  de show kan stelen.

Het is tijd dat bestuurders en jongeren naar elkaar luisteren en van elkaar leren. Geef jonge mensen de kans om zich te laten zien, om hun politieke kwaliteiten te ontwikkelen en om fouten te maken waar ze van kunnen leren. Laat iedereen écht meedoen. Geef jongeren posities binnen de partij. Zet ze hoger op de kandidatenlijst. Bij Volt schrijven jongeren mee aan het beleid en krijgen ze verantwoordelijke posities binnen de partij. Zo is ook ⅓ van de kieslijst bij Volt 25 of jonger. 

Het blijft gek dat politici altijd alleen over de toekomst beslissen, zonder die toekomst daarbij te betrekken.


Sacha ten Hove

Kandidaat Tweede Kamerlid

  1. https://www.ioresearch.nl/actueel/jongeren-en-bestuurders-zoek-elkaar-op-in-de-democratie/