Onze reactie op het coalitieakkoord: Europa
De wereld is veranderd. Russische agressie, een assertief China en een steeds onvoorspelbaardere Verenigde Staten dwingen Europa om volwassen te worden. Het nieuwe regeerakkoord erkent dat. In het hoofdstuk Buitenlandbeleid en Defensie schetst de coalitie een helderder geopolitiek wereldbeeld dan het huidige kabinet en kiest ze voor forse investeringen in veiligheid. Wie het akkoord goed leest, ziet vooral dit: veel Europese woorden, maar te weinig Europese daden.
Veiligheid wordt breder bekeken en dat is winst
In het coalitieakkoord wordt veiligheid breed opgevat. Eindelijk. Niet alleen tanks en vliegtuigen, maar ook cyberdreiging, sabotage, kritieke infrastructuur, economische afhankelijkheden en maatschappelijke weerbaarheid krijgen aandacht. Dat past bij hoe conflicten vandaag de dag worden uitgevochten.
Ook de inzet op Europese defensiesamenwerking is concreter dan voorheen. Nederland wil dat in 2030 de helft van de defensie-aankopen samen met EU-partners wordt uitgevoerd. Er is aandacht voor het in Europa meer dezelfde wapens en systemen gebruiken, zodat landen beter en goedkoper kunnen samenwerken, voor een sterkere Europese defensie-industrie en voor een Europees equivalent van het ‘5 Eyes’-inlichtingennetwerk. Dat zijn stappen vooruit.
Daarnaast is het goed dat Nederland zich uitspreekt voor meerderheidsbesluitvorming in het EU-buitenland- en veiligheidsbeleid. Daarbij is het zogeheten artikel 7-procedures, waarbij het schenden van de kernwaarden van de EU kan leiden tot het opschorten van de rechten van een lidstaat, tegen landen als Hongarije en Slowakije effectiever moeten worden. Wie de Europese rechtsstaat serieus neemt, moet bereid zijn om ook consequenties te verbinden aan schendingen.
Maar waar blijft het Europa dat op eigen benen staat?
Tegelijkertijd blijft het akkoord opvallend voorzichtig. De NAVO-norm van 3,5% bbp voor defensie-uitgaven wordt omarmd, maar het gaat nadrukkelijk om uitgaven die ieder land voor zich doet, niet om uitgaven die we samen als één Europa doen voor onze gezamenlijke veiligheid. Er is geen Europees defensiebudget, geen echte keuze om nationale belangen ondergeschikt te maken aan ons gedeelde belang en er zijn geen Eurobonds, terwijl een Europese efficiëntieslag juist miljarden kan besparen.
Ook institutioneel blijft het mager. Het akkoord benadert Europa vanuit een nationale blik en daardoor doet het weinig aan het logge, intransparante en onvoldoende democratische Europa. Geen versterkte rol voor onze volksvertegenwoordiging in het Europees Parlement, geen gezamenlijke commandostructuren, geen Europese krijgsmacht (of zelfs maar serieuze bouwstenen daarvoor). Het vetorecht wordt slechts beperkt aangepakt, waardoor we onszelf blijven lamleggen wanneer er besluiten nodig zijn. Dit is dus geen plan voor een Europa dat zelfstandig kan handelen nu de VS zich verder terugtrekt. Kortom, de coalitie wil wel samenwerking, maar zonder de bijbehorende politieke en financiële solidariteit.
Buitenlandbeleid of veiligheidsvisie?
Wat bovendien ontbreekt, is een bredere visie op buitenlandbeleid. Ontwikkelingssamenwerking, diplomatie, conflictpreventie en democratiebevordering worden vooral bekeken door een economische of veiligheidsbril. De 0,7%-norm voor ontwikkelingssamenwerking wordt genoemd, maar er is nauwelijks geld voor gereserveerd. Mensenrechten blijven belangrijk, tenzij het economisch ongemakkelijk wordt.
Zo dreigt het buitenlandbeleid te beperken tot defensie en handel, terwijl een stabiele wereld waarin wij veilig zijn juist vraagt om langetermijninvesteringen in rechtsstaat, democratie en menselijke veiligheid.
Van retoriek naar realiteit
Het standpunt van Volt is simpel: in deze tijd hebben we een sterke en verenigde Europese wereldmacht nodig, en dat vraagt om ambitie. Niet de 27 kleine legertjes die individueel wapens inkopen, maar één Europees defensieleger waarmee we Trump niet meer nodig hebben en tegelijkertijd miljarden besparen. Niet alleen mooie woorden over een verenigd Europa, maar een Europese buitenlandminister die zorgt dat we aan tafel zitten in plaats van op het menu staan. Niet genoegen nemen met een log Europa waar normale mensen geen grip op hebben, maar een democratisch Europa met een sterk parlement dat ons vertegenwoordigt.
Dit regeerakkoord zet stappen in de goede richting, maar durft de grootste en belangrijkste stappen nog niet te zetten. De echte vraag is niet óf Europa meer moet samenwerken, maar hoe lang we ons nog kunnen veroorloven om dat halfslachtig te doen.