Onze reactie op het coalitieakkoord: Economie en investeringen

Het coalitieakkoord leest op economisch gebied ambitieus. Defensie, betaalbare woningen, innovatie, digitalisering, sleuteltechnologieën, vrijwel elk domein krijgt investeringsbeloftes. Er komt een Nationale Investeringsinstelling (NII), een Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI) en het kabinet wil eindelijk af van de versnippering in het investeringslandschap. Maar onder die ambities ligt een ongemakkelijke vraag verscholen: hoe gaan we dit allemaal betalen?

4 feb. 2026

Investeren in de toekomst: juiste analyse, goede richting

Het kabinet onderkent het belang van toekomstig verdienvermogen. Innovatie, valorisatie en strategische sectoren staan centraal. Dat is cruciaal in een wereld waarin economische macht steeds meer samenvalt met technologische macht. Evenals de stap richting een investeringsinstelling. Door bestaande instrumenten beter te bundelen, kan beleid effectiever worden en verdwijnt onnodige versnippering. Precies waar Volt al langer op aandrong, onder andere via de aangenomen motie-Dassen. Daarnaast is er aandacht voor de Europese dimensie van onze economie. Initiatieven zoals het EU inc, een optioneel, uniform Europees rechtsstelsel dat naast de nationale wetgevingen staat, laten zien dat de coalitie erkent dat Nederlandse bedrijven floreren binnen een sterke Europese interne markt, zoals ook opgeroepen in motie-Dassen. Dat is een realistische en broodnodige blik naar buiten.

Ambitie op papier, uitstel in de praktijk

Tegelijkertijd worden veel investeringen vooruitgeschoven. Betaalbare woningbouw komt pas vanaf 2029 echt op gang. Besparingen uit efficiencymaatregelen worden pas vanaf 2028 zichtbaar. En de financiering van de NII en NADI wordt grotendeels buiten het EMU-saldo gehouden, door te rekenen op toekomstige privatisering van staatsdeelnemingen. Dat is geen gratis geld. Het betekent dat de rekening simpelweg naar later wordt doorgeschoven en als een boemerang in ons gezicht terugkeert. Ook op innovatie wringt het. De overheid heeft zich gecommitteerd aan de zogeheten Lissabon-norm: 1% van het BBP aan publieke innovatie-investeringen. Maar het huidige pad loopt richting slechts 0,66% in 2029. Het akkoord zegt niet waar het ontbrekende geld vandaan moet komen.

De 2%-begrotingsregel

Het draait uiteindelijk om één politieke keuze: blijft de strenge 2%-begrotingstekort-eis overeind? Zolang die heilig wordt verklaard, zijn de investeringsambities simpelweg niet geloofwaardig. Ironisch genoeg hebben zowel CDA als D66 recent nog betoogd dat we toe zijn aan een soepelere manier van begroten, met meer oog voor langetermijnrendementen. Maar in het akkoord lijkt de VVD-lijn, rigide begrotingsdiscipline, alsnog dominant. Het gevolg: een investeringsagenda die alleen kan slagen als later pijnlijke keuzes worden gemaakt. Ofwel investeringen sneuvelen alsnog, waardoor er wordt bezuinigd op sociale zekerheid en zorg. Dat maakt brede steun in de Kamer, bijvoorbeeld van GL-PvdA, politiek ingewikkeld.

Investeren is kiezen, ook politiek

Volt gelooft dat investeren in de toekomst geen luxe is, maar een noodzaak. Dat vraagt om eerlijkheid: je kunt niet én in alles willen investeren, én vasthouden aan begrotingsregels die dat onmogelijk maken.

Een moderne economie vraagt om een moderne begrotingsvisie, nationaal én Europees, waarin publieke investeringen worden gezien als wat ze zijn: voorwaarden voor welvaart, strategische autonomie en sociale zekerheid op de lange termijn.

Zolang die keuze niet expliciet wordt gemaakt, blijft dit hoofdstuk hangen tussen ambitie en uitstel. En juist op economie geldt: wie niet durft te investeren, betaalt later de hoogste prijs.