Onze reactie op het coalitieakkoord: Digitale onafhankelijkheid

Europa staat op een digitaal kruispunt. Onze economie, overheid en democratie draaien op technologie die grotendeels in handen is van Amerikaanse en Chinese bedrijven. Cruciale systemen waar we dagelijks op vertrouwen, denk aan nieuwsvoorzieningen en overheidsdata en -communicatie, worden van buiten Europa aangestuurd. Dat maakt ons kwetsbaar. Daarom is het goed nieuws dat digitale onafhankelijkheid eindelijk serieus wordt genomen. Maar waar blijft het politiek leiderschap?

4 feb. 2026

Erkenning van het probleem

Het is positief dat digitale zaken een prominentere plek krijgen dan we vooraf hadden verwacht. De coalitie erkent expliciet de geopolitieke risico’s van digitale afhankelijkheden en kiest voor meer Europese coördinatie en autonomie. Er wordt gesproken over ‘ontvlechting’ van risicovolle technologie, nationale stresstests voor digitale infrastructuur en strengere aanbestedingsregels om de Europese IT-keten te versterken.

Ook de aandacht voor een veilige online omgeving voor jongeren, inclusief een Europese minimumleeftijd van 15 jaar voor social media, is een belangrijke stap. Net als de inzet om de digitale soevereiniteit van de overheid te versterken door te kijken naar Europese alternatieven voor overheidssoftware. Wat in lijn is met de aangenomen motie-Dassen. Dit zijn geen kleine punten. Dit zijn keuzes die bepalen of Europa grip houdt op zijn toekomst, en precies de richting waar Volt al jaren voor pleit. 

Maar waar is de digitale regisseur?

Tegelijkertijd ontbreekt een cruciale randvoorwaarde: politiek leiderschap. Ondanks eerdere beloften van onder andere D66 en het CDA komt er geen minister of aparte bewindspersoon van Digitale Zaken. Digitale dossiers worden verdeeld over bestaande ministeries, zonder duidelijke eindverantwoordelijke, zonder eigen budget en zonder iemand die dagelijks stuurt op het afbouwen van digitale afhankelijkheden. 

Dat is riskant. Digitale onafhankelijkheid vraagt om moeilijke keuzes. Europese alternatieven zijn soms duurder of minder efficiënt op de korte termijn. Overstappen vergt doorzettingsmacht, duidelijke prioriteiten en iemand die knopen kan doorhakken wanneer departementale belangen botsen. Zonder centrale regie is de kans groot dat plannen blijven hangen in goede bedoelingen, terwijl de afhankelijkheid gewoon doorgroeit.

Democratie onderbelicht in het digitale debat

Wat daarnaast ontbreekt, is een stevige visie op democratische weerbaarheid. Onze democratie speelt zich allang niet meer alleen af in stemhokjes en debatkamers, maar op het digitale dorpsplein: social media. Daar waar nieuws, meningen en emoties zich razendsnel verspreiden. Juist daar vormt buitenlandse inmenging een reëel gevaar.

Toch blijft het regeerakkoord opvallend vaag over het verkleinen van onze afhankelijkheid van grote, niet-Europese platforms, terwijl juist daar onze democratie dagelijks onder druk staat. Platforms waar een kleine groep techmiljardairs, zoals Elon Musk, in de praktijk bepaalt wat we zien, horen en geloven. Waar algoritmes leugens en haat belonen omdat ze clicks opleveren, en waar democratische spelregels ondergeschikt zijn aan winst en macht. Digitale onafhankelijkheid gaat niet alleen over infrastructuur en software, maar ook over wie de spelregels bepaalt in onze online samenleving.

Veel beloftes, weinig financiële ruimte

Tot slot schuurt de uitvoering met de financiële realiteit. Er worden op digitaal gebied veel beloftes gedaan, maar die zijn niet te rijmen met de zeer strikte begrotingsdiscipline die op voorstel van de VVD in het akkoord doorgevoerd is. Investeren in Europese technologie, veilige infrastructuur en alternatieven kost geld, en levert vooral op de lange termijn rendement op. Dat vraagt om politieke moed.

Van beleid naar macht

Volt is positief over de ingezette koers, maar zal de coalitie blijven uitdagen om die koers ook waar te maken en verder te gaan. Digitale onafhankelijkheid is geen bijzaak, maar een randvoorwaarde voor onze veiligheid, economie en democratie. Dat vraagt om meer Europese samenwerking, structurele investeringen én een aparte bewindspersoon die hier dagelijks verantwoordelijkheid voor draagt. De richting is juist. Nu is het tijd om ook echt de regie te nemen.