Waarom Volt de motie van afkeuring mede-indiende
Binnen het dossier van de oude bosgroeiplaatsen zijn meerdere bestuurlijke fouten aan het licht gekomen. Deze fouten raken aan transparantie, rechtsgelijkheid en zorgvuldigheid in het provinciaal bestuur.
Achtergehouden onderzoeksrapport
De provincie had onderzoek laten doen naar de gevolgen van de plannen om de bescherming van oude bosgroeiplaatsen af te bouwen. Uit dit onderzoek bleek dat 65% van de natuur die haar bescherming zou verliezen van hoge ecologische waarde is, wanneer de plannen van de gedeputeerde zouden worden doorgezet.
Dit rapport werd aanvankelijk niet gedeeld met de Staten. Pas na aandringen van GroenLinks, die op de hoogte waren van het bestaan van het onderzoek, is het alsnog openbaar gemaakt. Op de dag van de Statenvergadering verscheen hierover een mediabericht waarin werd gesteld dat de uitkomsten politiek ongunstig waren en dat het rapport daarom bewust zou zijn achtergehouden.
Ongelijke behandeling van een inwoner
Daarnaast deed zich een tweede, ernstige fout voor. Een inwoner met oude bosgroeiplaatsen op zijn grond had de provincie verzocht deze op te nemen op de officiële kaart met oude bosgroeiplaatsen. Die kaart is belangrijk, omdat hiermee eenvoudig kan worden vastgesteld of een gebied beschermd is.
De inwoner ontving echter een brief waarin werd gesteld dat het beleid zou worden gewijzigd en dat de bosjes daarom niet zouden worden opgenomen, vooruitlopend op beleid dat op dat moment nog niet was vastgesteld. Dat is onjuist. Verzoeken van inwoners moeten altijd worden beoordeeld op basis van het geldende beleid, niet op basis van mogelijke toekomstige regels. Anders is sprake van rechtsongelijkheid.
In commissievergaderingen werd bovendien aangegeven dat de kaart volledig en correct was. Pas later kregen wij de brieven van de provincie onder ogen, waaruit bleek dat deze inwoner bewust anders was behandeld.
Verzoek om opheldering
Het is mogelijk dat het in beide gevallen ging om onbedoelde fouten of onhandigheden. Volt gaat niet uit van kwade opzet. Juist daarom hebben wij in de Statenvergadering gevraagd om:
Volledige opheldering, erkenning van gemaakte fouten, excuses richting de betrokkenen, en concrete plannen om herhaling te voorkomen.
Deze excuses en verbetermaatregelen bleven echter uit.
Motie van afkeuring
Door het uitblijven van erkenning begon het beeld te ontstaan dat de gedeputeerde koste wat kost de bescherming wilde afbouwen, zó vergaand dat rapporten niet werden gedeeld en vooruitgelopen werd op nog niet vastgesteld beleid, met onrechtmatige gevolgen voor inwoners.
In zo’n situatie kan de Staten kiezen uit drie middelen:
Treurnis: het is jammer dat dit zo is gegaan,
Afkeuring: dit kan echt niet, maar u krijgt nog een kans,
Wantrouwen: dit kan niet en wij willen dat u opstapt.
Samen met andere partijen hebben we gekozen voor een motie van afkeuring.
Ook na het indienen van de motie kreeg de gedeputeerde nog de gelegenheid om fouten te erkennen. Dat gebeurde niet. In plaats daarvan gaf de gedeputeerde aan dat alles correct was verlopen en dat het hem slechts speet dat bij anderen een andere indruk was ontstaan. Dat was voor ons onvoldoende en reden om de motie te handhaven.
Hoewel ook coalitiepartijen kritisch waren op de gedeputeerde, wilden zij de motie van afkeuring uiteindelijk niet steunen. Daarmee haalde de motie geen meerderheid. Het signaal was echter wél duidelijk. Zoals VVD het verwoordde:
“Een keer en nooit weer.”