Geen pesticiden in kwetsbare gebieden
Tijdens de afgelopen Statenvergadering spraken we over het gebruik van pesticiden. Aanleiding was onder andere een recent onderzoek van Urgenda en Natuur & Milieu naar de rol en verantwoordelijkheden van provincies op dit onderwerp.
👉 [Hier kun je het rapport bekijken]
Op basis van dit rapport heeft de Gelderse fractie van Volt voorgesteld om het gebruik van pesticiden in kwetsbare gebieden, zoals in en nabij natuur, water en woonwijken, verder te beperken in Gelderland.
Voor deze vergadering heb ik een bijdrage geschreven waarin ik bewust heb geprobeerd om zoveel mogelijk partijen mee te nemen in het verhaal. Daarom heb ik ervoor gekozen om de term gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken in plaats van pesticiden, omdat die term in het debat vaak neutraler wordt ervaren.
Graag deel ik deze bijdrage ook hier, voor iedereen die benieuwd is naar hoe we dit onderwerp in de Staten hebben ingebracht:
“Soms moet ik denken aan een gesprek met mijn opa. Hij vertelde hoe na de oorlog middelen als DDT nodig waren om voldoende voedsel te produceren. Maar hij zei er ook bij: “Met wat we nu weten, ben ik blij dat we het niet meer gebruiken.”
Dat is precies waar het vandaag om draait. We produceren landbouwproducten met goede intenties. Maar naarmate onze kennis groeit, moeten we ook bereid zijn om bij te sturen.
Nederland kent een streng toelatingsbeleid voor gewasbeschermingsmiddelen. Boeren werken hard om kwalitatief goede producten te leveren en zetten stappen richting vermindering van middelengebruik. Tegelijkertijd leren we steeds meer over de effecten van deze middelen op gezondheid en leefomgeving.
Er zijn sterke aanwijzingen dat sommige gewasbeschermingsmiddelen risico’s met zich meebrengen, zoals zenuwschade, versterkte giftigheid door het stapelen van stoffen (cocktails) en langetermijneffecten op insecten. Zelfs het Ctgb erkent dat er nog hiaten zijn in de beoordeling van neurologische effecten. Ook de Gezondheidsraad en het RIVM wijzen op risico’s van blootstelling aan cocktails die nog onvoldoende worden meegenomen.
We staan daarmee voor een dubbele opgave: zorgen voor voldoende voedselproductie én het beschermen van onze gezondheid en leefomgeving.
Een andere manier van kijken
Volt pleit daarom voor een andere benadering. Niet alleen de vraag welk middel wel of niet, maar ook: welk gebruik past bij welke plek?
Dat principe kennen we al. Zware industrie heeft een plek in onze samenleving, maar niet overal. Datzelfde zou moeten gelden voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen.
In kwetsbare gebieden, zoals in en nabij woonwijken, natuurgebieden en KRW-wateren, moeten we extra voorzichtig zijn. Daarom pleiten wij ervoor om daar uitsluitend laag-risico en biologische middelen toe te staan. Zo blijft landbouw mogelijk, terwijl risico’s worden beperkt.
We dienden hiervoor een motie in. SP en D66 deden bij voorbaat ook mee.
Realisme én perspectief
Deze motie heeft gevolgen voor sommige teelten. Tegelijkertijd zien we dat er volop alternatieven in ontwikkeling zijn, zoals robuuste rassen, mechanische bestrijding en biologische oplossingen.
Voor veel gewassen, zoals aardappelen en fruit, ontstaan steeds meer mogelijkheden om anders te telen. Voor andere sectoren, zoals uien en sierteelt, zijn die alternatieven nog beperkt.
Juist daarom moeten we eerlijk durven kijken: als een teelt niet veilig kan plaatsvinden op een kwetsbare plek, hoort die daar dan wel thuis?
Belangrijk is ook dat deze aanpak niet voor alle landbouwgrond geldt, maar juist gericht is op de plekken waar de risico’s het grootst zijn.
De kernvraag
De vraag is niet: kiezen we voor voedsel Ăłf voor gezondheid.
De vraag is: nemen we beide serieus?
Volt zegt: dat kan. Door beter te kijken naar risico’s én naar de plek.
De juiste activiteit, op de juiste plek."
Hoe werd de motie ontvangen?
De motie heeft het helaas niet gehaald. Ondanks de milde toon van onze bijdrage was dat, gezien de huidige rechts-conservatieve coalitie met BBB als grootste partij, niet onverwacht. Zij blijken op dit moment niet bereid om aanvullende maatregelen te treffen om inwoners beter te beschermen tegen pesticiden.
Opvallend was wel dat de toon van de tegenpartijen relatief mild bleef. Dat wekt de indruk dat ook daar het besef groeit dat er iets moet gebeuren, maar dat men het nemen van concrete stappen zo lang mogelijk wil uitstellen.
Onze voorbereiding en de motie hebben we inmiddels gedeeld met collega’s in andere provincies, waar mogelijk wel ruimte is om hier stappen in te zetten.
Daarnaast sluit de motie goed aan bij de voedselvisie van Volt. Daarin kiezen we bewust voor een indeling waarbij sommige gebieden geschikt zijn voor intensievere vormen van landbouw, en andere juist voor extensievere vormen, afhankelijk van wat op een bepaalde plek past. Die visie hebben we in de Staten in ieder geval duidelijk onder de aandacht kunnen brengen.