De intensieve stikstofuitstoot, een extra oplossing met Europa en gelijkenissen met het verleden?
Nederland zit in de shit. Stikstof wordt veel te veel uitgestoten door (voornamelijk) de intensieve veeteelt en de mest die deze veeteelt produceert. Begrijp mij niet verkeerd, de landbouwsector en de kunde op dit gebied is van onschatbare waarde, maar wij moeten ons niet naïef gaan opstellen over de huidige situatie.
Het ecosysteem is constant aan het verslechteren, sinds 1900 is het merendeel van de biodiversiteit in Nederland al verdwenen, en dit resulteert vervolgens in het vervuilen van ons (drink)water, grote hoeveelheden CO2-uitstoot en schadelijke bodemdaling (Marjolijn Lof e.a., the SEEA EEA carbon account for the Netherlands, CBS en WUR (juni, 2017); Evaluatie natuur- en landschapsbeleid. Achtergrondrapport bij de Natuurbalans 2008, PBL (september, 2008)).
Toen de vorige regering stopte met het ontwikkelen van structurele oplossingen en haar kop in het zand drukte, ging de provincie Utrecht door. Het Utrechts Plan Landelijk Gebied (UPLG) werd het centrale document voor de oplossingen van de provincie voor dit ingewikkelde dossier. In de commissie Landbouw, Water en Milieu (LWM) hebben onze commissieleden Amos en ik ons constructief opgesteld naar de Gedeputeerde Staten om ervoor te zorgen dat de plannen problemen oplossen en ze daadwerkelijk toekomstbestendig zijn. De volledige inbreng kan je terugkijken op de website van de provincie.
Doordat 70% van de stikstof neerkomt in nabijgelegen gebieden zijn opties als bedrijfsverplaatsing en lokale kavelruil opties om de hoeveelheid stikstof in Natura2000 gebieden terug te brengen (UPLG). Wanneer deze uitstoot-intensieve agrarische bedrijven hun bedrijfsvoering niet willen aanpassen naar een manier waarop de natuur niet drastisch wordt geschaad, dan wil Volt deze bedrijven een extra optie geven om het stikstofprobleem op te lossen. Wij willen namelijk onderzoeken of de provincie een faciliterende rol kan spelen in het bevorderen van Europese verhuizing van deze bedrijven. Op deze manier hopen wij de kennis van onze Utrechtse landbouwers te behouden, de kennis over te dragen naar Europese regio’s die hier behoefte aan hebben, de geopolitieke strategische belangen te behouden binnen het Europese blok, en natuurlijk de vitale natuur te herstellen binnen onze provincie. Bovendien komt er grond vrij in onze provincie die wij goed kunnen gebruiken voor grote vraagstukken zoals de energietransitie en het woningtekort.
Voor iedereen die denkt ‘leuk theoretische idee, maar onmogelijk om in de praktijk te implementeren’, wil ik benadrukken dat zulke initiatieven vaker in de geschiedenis zijn gebeurd. De eerste Nederlandse boeren vertrokken meer dan 500 jaar geleden naar Denemarken, en tijdens de naoorlogse verhuizing zochten veel boeren de nieuwe wereld op. De geschiedenis herhaalt zich nooit, maar als de optie er is om deze agrarische bedrijven een extra optie te kunnen geven, de kennis in Europa te kunnen behouden en tegelijkertijd Europese samenwerking te kunnen bevorderen, dan is het faciliteren in een Europese verhuizing van intensieve uitstoters in de agrarische sector iets waar Volt zich hard voor maakt. Naar aanleiding van meerdere gesprekken tijdens het landelijke congres gaan Amos en ik deze mogelijkheid verder onderzoeken.