Uitvoeringsagenda Europese Zaken 2025 | Suggesties Volt

 Geachte gedeputeerde en leden van het Cluster Europa van de provincie Utrecht, 

Het delen van deze agenda, met lobbyprioriteiten en subsidiescans, met Provinciale Staten komt ook tegemoet aan de wens van de Staten om meer inzicht te krijgen in de Europa-gerelateerde werkzaamheden van de provincie en moet hen in staat stellen om eigen aandachtspunten in de lobby of financiering mee te geven aan het college van Gedeputeerde Staten.’1 

6 mei 2026

Volt ziet bovenstaand citaat als uitnodiging om inbreng te geven op de uitvoeringsagenda Europese zaken van de provincie Utrecht. Zoals aangekondigd in de commissieverhandeling en Statenvergadering voor de zomer ontvangt u hierbij een aantal suggesties aanvullend op onze mondelinge inbreng. Volt baseert zich onder andere op haar ‘Aanbevelingen voor de strategie voor Europese Samenwerking van de provincie Utrecht’2 (zie ook bijlage 1). 

Volt is blij met de gestructureerde aanpak door de provincie Utrecht die het onderwerp Europese samenwerking ook verdient. We zien dat het Cluster Europa op verschillende niveaus actief is en zowel de belangenbehartiging als het delen van informatie professioneel heeft georganiseert. Hier kunnen naast provincie Utrecht verschillende belanghebbenden hun voordeel mee doen. De weg naar een regionaal expertisecentrum is daarmee ook goed ingeslagen. Het delen en bespreekbaar maken van de uitvoeringsstrategie Europese zaken met leden van PS is door ons zeer positief ontvangen. 

Tegelijk zien wij de volgende aandachtspunten en mogelijkheden voor vervolgstappen. Een aantal bespreken wij op maandagavond 15 september. Wij waarderen uw overweging van het onderstaande en zouden een reactie zeer op prijs stellen, waarvoor bij voorbaat dank. 

  1. Rol en aanpak PU: proactief (initiërend) versus reactief 

Om de Europese inzet van de provincie Utrecht verder te versterken, raden wij aan om op een aantal strategische punten duidelijke keuzes te maken en acties te ondernemen. Allereerst is het essentieel dat de provincie een zichtbaar initiërende rol pakt op één à twee prioritaire thema’s. Dit betekent dat Utrecht niet alleen aansluit bij bestaande initiatieven, maar ook het voortouw neemt in onderwerpen die voor de regio van groot belang zijn. 

Daarnaast kan er actief worden gestuurd op en aangesloten bij internationale coalitievorming. Door samen te werken met andere regio’s, steden en partners binnen Europa, kan de provincie haar invloed vergroten en gezamenlijk belangen beter behartigen. 

Een adaptieve aanpak is hierbij cruciaal: de provincie Utrecht moet in staat zijn om flexibel in te spelen op onvoorziene ontwikkelingen, zoals nieuwe Europese beleidskaders, politieke verschuivingen of maatschappelijke trends. 

Bij het vormgeven van de Europese inzet is het belangrijk om de input van Utrechtse stakeholders op een gecoördineerde en transparante manier mee te nemen. Dit versterkt het draagvlak en zorgt ervoor dat de inzet breed gedragen wordt binnen de regio. 

Ook het Platform Europa speelt hierin een rol. Het is aanbevelingswaardig om niet alleen interne, maar ook externe stakeholders te betrekken, zodat de representativiteit van het platform wordt vergroot en er een breed netwerk ontstaat dat bijdraagt aan de Europese ambities en kennis van de provincie. 

Wat betreft de communicatie over Europese zaken is het goed te voorkomen dat deze uitsluitend informatief is. De communicatie kan immers ook activerend en strategisch zijn, zodat betrokkenen worden gestimuleerd om mee te denken en bij te dragen aan de Europese agenda. 

Verder is het nodig om helderheid te creëren over de afhankelijkheid van de ambities van de provincie Utrecht ten opzichte van Europese financiering. Dit vraagt om transparantie over wat wel en niet mogelijk is zonder Europese middelen. 

Tot slot geven wij als suggestie mee om, waar nodig, ook eigenstandig de belangenbehartiging van de provincie Utrecht te borgen, naast de gezamenlijke inzet via het Huis van de Nederlandse Provincies (HNP). Zo blijft er ruimte voor maatwerk en specifieke Utrechtse belangen binnen het bredere speelveld. 

  1. Volgbaarheid en meetbaarheid van inzet van de provincie Utrecht in Brussel 

Het zou goed zijn voor PS om de inzet van de provincie Utrecht in Brussel beter te kunnen volgen. De aanpak wordt helder gemaakt in de uitvoeringsagenda maar de concrete uitvoering blijft gedeeltelijk ondoorzichtig. De uitvoeringsagenda Europese zaken zou daarvoor kunnen worden aangevuld met een duiding van de concrete activiteiten die worden ondernomen met daarbij de doelen/inzet. 

Verder maakt de voorgenomen aanpak (incl. nieuwsbrief) van de uitvoeringsagenda Europese zaken het niet eenvoudig om te volgen hoe het Utrechts beleid zich verhoudt tot Europese ambities, afspraken, beleidstrajecten en regelgeving. Met name op sleuteldossiers met veel Europese raakvlakken zoals natuur, landbouw, klimaat, energie, economie. Om overeenstemming tussen Utrechts beleid met Europese regels en ambities meer inzichtelijk te maken, ook ter informatie voor toekomstige besluitvorming, stellen wij voor om online op de PU website een digitaal overzicht bij te houden. Wat zijn de kaders vanuit Europa per provinciale kerntaak, waar zijn we voorloper en waar lopen we nog achter. Maar ook, waar zijn we voorbeeldstellend en kunnen andere regio’s van Utrecht leren. 

Om de betrokkenheid van Provinciale Staten (PS) bij Europese zaken en daarmee de democratische legitimiteit verder te versterken, stellen wij voor om: 

  • Een standaard overlegmoment in te richten vóór en na deelname aan het Comité van de Regio’s (CoR). 

  • PS jaarlijks te betrekken bij de input voor de HNP-werkplannen. 

  • Tweemaal per jaar gecoördineerde gesprekken te organiseren tussen PS en het HNP. 

  • Een jaarlijks overleg tussen PS en leden van het Europees Parlement (EP) te faciliteren, gericht op het uitwisselen van standpunten en het versterken van de lobbypositie van de provincie Utrecht. 

Een centrale en toegankelijke verslaglegging draagt bij aan kennisdeling en bestuurlijke verantwoording. Daarom denken wij dat het goed is om verslagen van relevante Europese activiteiten en overleggen toegankelijk te maken, of over de uitkomsten van deze overleggen te rapporteren aan PS. Dit betreft onder andere: 

  • Deelname aan openbare raadplegingen van de Europese Commissie en het CoR; 

  • CoR-commissievergaderingen (Commission for the environment ENVE en Commission for Natural Resource NAT);  

  • IPO-bijeenkomsten in het kader van de BNC-procedure en andere Europese zaken; 

  • Wekelijkse HNP-overleggen; 

  • Werkgroepbijeenkomsten; 

  • EFNU-overleggen (European Funding Network Utrecht) en evenementen; 

  • Maandelijkse uupdates aan GS; 

  • Platform Europa bijeenkomsten; 

  • Maandelijkse PA (public affairs) Europa-overleggen; 

  • Stakeholderbijeenkomsten. 

Tot slot adviseren wij om jaarlijks op 9 mei de ‘Dag van Europa’ te organiseren in samenwerking met PS. Dit moment kan worden benut om PS te informeren over actuele Europese ontwikkelingen (platform Europa) en de voortgang van de inzet door Cluster Europa. Daarnaast kunnen er ontmoetingen met belanghebbenden (HNP, IPO, PV) worden georganiseerd. Indien mogelijk kan dit worden gecombineerd met een werkbezoek aan Brussel. 

  1. Inzet op inhoud: welke dossiers krijgen prioriteit en waarom 

Om de Europese inzet van de provincie Utrecht effectief en strategisch vorm te geven, is het van belang om duidelijke keuzes te maken in de inhoudelijke focus. Door te prioriteren op een beperkt aantal dossiers waar Utrecht sterk in is en waar Europese beleidsontwikkeling en financiering relevant zijn, kan de provincie haar zichtbaarheid en invloed vergroten. Wij kunnen ons voorstellen dat de volgende onderwerpen als prioriteit worden overwogen en dus de meeste aandacht krijgen. 

  1. Life Sciences Utrecht huisvest een sterk ecosysteem op het gebied van gezondheid, biomedische innovatie en life sciences. Europese programma’s zoals Horizon Europe (of haar opvolger FP10) en EU4Health bieden kansen voor samenwerking en financiering. Door in te zetten op Life Sciences kan Utrecht bijdragen aan Europese gezondheidsdoelen én regionale economische groei. 

  2. Innovatie (Valley) De ontwikkeling van een Utrechtse Innovatievallei sluit aan bij Europese ambities op het gebied van digitale transitie, slimme specialisatie en kennisvalorisatie. Door dit dossier te prioriteren, kan de provincie haar rol als broedplaats voor technologische en maatschappelijke innovatie versterken en Europese partnerschappen aangaan. 

  3. Water & Bodem Gezien de urgentie van klimaatadaptatie en de transitie naar een duurzaam landgebruik, is het dossier Water & Bodem van strategisch belang. Europese beleidskaders zoals de Kaderrichtlijn Water en het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) bieden aanknopingspunten voor invloed en samenwerking. Utrecht kan hier haar expertise en innovatieve aanpak zichtbaar maken. 

  4. Klimaat Klimaatbeleid blijft een kernonderdeel, eerder van de Europese Green Deal, nu van de Clean Industrial Deal. Utrecht heeft ambities op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie en -mitigatie en circulaire economie. Door dit dossier te prioriteren, kan de provincie bijdragen aan Europese doelstellingen en tegelijkertijd regionale klimaatdoelen versnellen. 

Het is aan te bevelen om deze vier dossiers als speerpunten op te nemen in de uitvoeringsstrategie Europese zaken. Daarbij is het van belang om per dossier: 

  • De beleidsmatige relevantie op EU-niveau te duiden; 

  • De regionale kracht en positionering van Utrecht te benoemen; 

  • Concrete lobbydoelen en samenwerkingskansen te formuleren. 

Een duidelijke inhoudelijke focus vergroot de kans op succesvolle beïnvloeding van Europees beleid, versterkt de profilering van Utrecht in Brussel en draagt bij aan het realiseren van provinciale ambities. 

  1. Invloed op BNC-fiches 

De BNC-fiches vormen een belangrijk instrument waarmee het Rijk de impact van Europese voorstellen op nationaal beleid beoordeelt. Voor provincies is dit een cruciaal moment om invloed uit te oefenen op de Nederlandse positie in Brussel. Het is daarom van strategisch belang dat de provincie Utrecht haar rol in dit proces versterkt i.s.m. PS. Onze suggesties: 

  1. Gezamenlijke én autonome belangenbehartiging Hoewel de inzet via het IPO een krachtig collectief kanaal biedt, is het van belang dat de provincie Utrecht daarnaast ook haar belangen eigenstandig behartigt. Dit is met name relevant bij dossiers waar Utrecht specifieke ambities of regionale kenmerken heeft die niet altijd volledig tot hun recht komen in de gezamenlijke IPO-inzet. 

  2. Structureel overleg met Provinciale Staten Om de politieke legitimiteit en betrokkenheid te vergroten, wordt geadviseerd om structureel overleg met PS te organiseren over de inzet op BNC-fiches. Dit overleg kan plaatsvinden in de vorm van een bespreking in de commissie BEC, waarbij de provinciale inbreng wordt besproken en vastgelegd. Dit draagt bij aan transparantie en versterkt de democratische verankering van de Europese inzet. 

  1. Regionaal Expertise- en Coördinatiepunt Europese Samenwerking: RECES 

Het opzetten van een Regionaal Expertisecentrum biedt kansen om kennis maar ook coördinatie en lobbykracht te bundelen. Voor een succesvolle inrichting worden de volgende aanbevelingen gedaan: 

  • Creëer gedeeld eigenaarschap met regionale stakeholders, zodat het centrum breed gedragen wordt en aansluit bij de behoeften in de regio. 

  • Richt het centrum ook in als gateway voor

    • regionale samenwerking, ook in internationale context, om gezamenlijke Europese kansen te benutten. 

    • Coördinatiepunt voor financieringskansen, mede t.b.v. doelmatigheid en slagingskansen. 

    • Gezamenlijke belangenbehartiging, zodat het fungeert als spil in de regionale inzet richting Brussel 

  • Voorkom extra bureaucratie door het centrum lean en doelgericht te organiseren, met heldere processen, beperkte administratie en minimale overhead. 

  • Waarborg een persoonsonafhankelijk organisatievermogen en geheugen, met name voor de leergang en interne structuren, zodat continuïteit en kennisborging gegarandeerd zijn. 

  • Overweeg een rol voor Europa Decentraal3, bijvoorbeeld in advisering of ondersteuning, om efficiëntie en expertise over en weer te vergroten. 

  • Maak een stappenplan en activiteitenoverzicht en deel deze actief met PU, zodat zij goed geïnformeerd zijn en betrokken blijven. 

  1. Capaciteit cluster Europa 

Om adequaat te kunnen inspelen op de dynamiek in Brussel en de toenemende complexiteit van Europese dossiers, lijkt het ons goed om periodiek een raming van de capaciteitsbehoeften uit te voeren, waarin de benodigde capaciteit wordt afgezet tegen de actuele en verwachte ontwikkelingen in het Europese speelveld. Dit helpt bij het tijdig opschalen of bijsturen van inzet. 

  1. Rolduidelijkheid Gedeputeerde Sterk 

Gedeputeerde M. Sterk is lid van het CoR en binnen het CoR lid van de commissie ENVE en NAT. Formeel vertegenwoordigt de gedeputeerde als CDA-politicus de EVP. Dat creëert mogelijk op bepaalde momenten een (schijn van) conflict van belangen. Gezien deze dubbele rol van de Gedeputeerde is het wat ons betreft belangrijk om: 

  • De rol altijd zichtbaar te maken, zodat voor stakeholders en PS duidelijk is wanneer zij spreekt namens de provincie Utrecht vanuit haar bestuurlijke functie en wanneer vanuit haar politieke functie. 

  • Transparantie te waarborgen in verslaglegging, bijvoorbeeld door dit expliciet te benoemen in verslagen van Europese bijeenkomsten en lobbyactiviteiten. 

  1. Samen sterk met Randstad Regio 

De Randstadprovincies hebben gedeelde belangen in Europa. Het is daarom aan te bevelen om een actieve afstemming en gecoördineerde inzet te organiseren met de andere Randstadprovincies, zodat gezamenlijke lobbykracht wordt vergroot en versnippering (of zelfs contraire bewegingen) wordt voorkomen. 

  1. Benutten van Aanbevelingen Volt op Strategie Europese Samenwerking 

De aanbevelingen van Volt bieden waardevolle input voor het versterken van de Europese strategie van de provincie. Het wordt daarom geadviseerd om deze aanbevelingen te toetsen en te bespreken met stakeholders, zodat relevante onderdelen kunnen worden meegenomen in de uitvoeringsagenda Europese zaken. Wij blijven daarnaast ook benieuwd welke aanbevelingen ter harte zijn genomen en welke aanbevelingen als minder passend worden ervaren. 

  1. Overige suggesties

  • De uitvoeringsagenda Europese zaken beschrijft in grote lijnen de Europese kaders van de inhoudelijke dossiers. Onze suggestie is om voor alle dossiers die worden genoemd in (iets meer) detail helder te maken welke EU-wetgeving verplichtend en welke EU-kaders relevant zijn. 

  • Onderscheid drie aspiratieniveaus die de inzet zoals beschreven in de uitvoeringsagenda structuren en de strategische doelen duidelijk maken: een absoluut minimum (niveau 1: voldoen aan wat moet), een intentie van PU (niveau 2: vooroplopen waar kan), en voor een beperkt aantal beleidsonderwerpen een verdergaande ambitie+ (niveau 3: voorbeeldstellend zijn). 

  • We begrijpen dat er een keuze is gemaakt om de bezoeken aan de Week van de Regio’s eenmaal per termijn te organiseren voor PS. Maar Europa is volop in beweging met heel veel consequenties voor de regio’s. Om de democratische legitimiteit te vergroten en PU te kunnen blijven steunen en monitoren is het goed om de afstand tussen Brussel en Utrechtse Statenleden klein te houden. Een jaarlijks bezoek met gerichte ontmoetingen dragen daar sterk aan bij. Wij adviseren een jaarlijks bezoek te heroverwegen.