Natuur, landbouw en mobiliteit vragen om keuzes voor de lange termijn
Tijdens de Algemene Beschouwingen van 8 juli stond voor Volt niet alleen de economische toekomst van Utrecht centraal, maar ook de kwaliteit van de leefomgeving. Natuurbeheer, duurzame landbouw en toekomstbestendige mobiliteit vormen volgens de partij de ruggengraat van een provincie die klaar wil zijn voor volgende generaties. Daarom zette Volt bij de behandeling van de Kadernota nadrukkelijk in op investeringen die verder kijken dan de politieke waan van de dag.
Hierbij focuste onze woordvoerder Amos de Jong op klimaatverandering en de verantwoordelijkheid die de huidige generatie draagt. Hij verwees daarbij naar de verschillende klimaatscenario's van het IPCC en benadrukte dat de keuzes die vandaag worden gemaakt bepalend zijn voor de wereld waarin toekomstige generaties zullen leven. Volgens Volt gaat klimaatbeleid uiteindelijk niet over cijfers of temperatuurstijgingen, maar over de vraag welke aarde wij doorgeven aan onze kinderen en kleinkinderen.
Vanuit die gedachte diende Volt de motie Natuurbeheer niet in de kou in. De aanleiding is het voortdurende tekort aan middelen voor natuurbeheer. Hoewel het Rijk aanvullende financiering heeft aangekondigd, bestaat onzekerheid over zowel de hoogte als de timing van deze middelen. Volt wil voorkomen dat noodzakelijk beheer wordt uitgesteld. Wanneer onderhoud aan natuurgebieden achterblijft, kunnen ecologische problemen verergeren en lopen uiteindelijk ook de juridische en financiële kosten op. De motie vraagt daarom om scherp te monitoren of de beschikbare middelen voldoende zijn en zo nodig bij het Rijk aan te dringen op aanvullende financiering.
Naast natuurbeheer vroeg Volt aandacht voor de landbouwtransitie. Waar discussies over landbouw vaak draaien om regels, normen en beperkingen, wil de partij juist ook kijken naar kansen en waardering voor ondernemers die de stap naar duurzame bedrijfsvoering zetten. Daarom diende Volt samen met BBB en 50PLUS de motie voor een Jonge Boeren Award in. Het doel is om innovatieve jonge boeren zichtbaar te maken en te belonen voor hun bijdrage aan duurzame landbouw, ondernemerschap en toekomstbestendige voedselproductie. Volgens Volt zijn juist jonge boeren vaak de pioniers die nieuwe technieken ontwikkelen en laten zien hoe economische en ecologische belangen samen kunnen gaan.
Ook mobiliteit kreeg aandacht tijdens de Algemene Beschouwingen. Utrecht groeit sterk en de druk op wegen, fietspaden en openbaar vervoer neemt toe. Tegelijkertijd worden infrastructurele projecten steeds duurder. Voor Volt is het daarom belangrijk om niet alleen naar de kosten van projecten te kijken, maar ook naar de maatschappelijke waarde die ze opleveren. Een fietspad of weg is immers geen doel op zich, maar een middel om bereikbaarheid, veiligheid en leefbaarheid te verbeteren.
Met de motie Jaarlijkse verdieping MIP Mobiliteit wil Volt daarom een structureel gesprek organiseren tussen Provinciale Staten en het college over het Meerjarig Investeringsprogramma Mobiliteit. Daarbij moet ruimte ontstaan om projecten uitgebreider te bespreken en af te wegen hoe kosten, uitvoering en maatschappelijke opbrengsten zich tot elkaar verhouden. Juist in tijden van stijgende bouwkosten en beperkte middelen vindt Volt het belangrijk om regelmatig stil te staan bij de vraag welke investeringen het meeste bijdragen aan provinciale doelen.
Daarnaast sloot Volt zich aan bij initiatieven van andere partijen op het gebied van verkeersveiligheid, waaronder voorstellen voor veiligere fietsroutes. Daarmee onderstreepte de partij opnieuw dat mobiliteit niet alleen draait om doorstroming, maar ook om veiligheid van iedereen op de openbare weg.
De rode draad in de Utrechtse inzet van Volt is duidelijk: de provincie moet keuzes maken die op de lange termijn houdbaar zijn. Of het nu gaat om natuurbeheer, landbouw of mobiliteit, telkens staat dezelfde vraag centraal: welke investeringen helpen toekomstige generaties vooruit? Volgens Volt vraagt dat om durf, samenwerking en een bestuur dat verder kijkt dan de volgende begrotingscyclus.