Het is tijd voor een strijdvaardig progressief Nederland

De progressieve politiek in Nederland verliest al jaren grond. Niet omdat zij geen ideeën of plannen heeft, maar omdat zij zich te vaak laat meeslepen in discussies die niet door haarzelf zijn ingezet.

Jelmer Herms (22-02-2026)

24 feb. 2026
Jelmer

Te vaak reageren progressieve politici op frames die elders zijn bedacht. Migratie wordt besproken in termen van dreiging. Bestaanszekerheid in termen van schaarste. Klimaatbeleid moet ‘realistisch genoeg’ zijn binnen grenzen die zijn bepaald door (vaak onvolledige) percepties over de publieke opinie. Wie het speelveld van de ander accepteert, begint met een achterstand. Vanuit een defensieve positie kun je hooguit het verlies beperken en maar zelden winnen.

Debatten worden gestuurd door aannames over wat ‘de gewone mens’ zou vinden, vaak gekleurd door een conservatief en een door de onderbuik gekleurd referentiekader. Progressieve partijen, gevoelig voor taal en framing, moduleren hun boodschap om ‘harder’ of ‘strenger’ over te komen. Zo schuift het midden langzaam verder naar rechts op.

Echte vooruitgang in het debat ontstaat als ideeën elkaar ontmoeten en in compromis tot betere oplossingen leiden. Democratie veronderstelt deze botsing: these, antithese, synthese. Maar dat proces werkt alleen als deelnemers elkaars legitimiteit erkennen en de democratische spelregels respecteren. Het vereist een minimale gedeelde werkelijkheid.

Extreemrechtse en radicale bewegingen opereren volgens een andere politieke logica. Hun doel is niet synthese, maar ontregeling. Niet het compromis, maar permanente escalatie. Polarisatie is daarbij geen bijproduct, maar een instrument dat vaak in dienst van zichtbaarheid, mobilisatie en persoonlijk gewin staat.

In die context verliest het klassieke debatmodel zijn kracht. Wie het speelveld betreedt, bevestigt impliciet het frame dat is gecreëerd. Het gesprek wordt niet gevoerd om tot betere oplossingen te komen, maar om tegenstellingen te creëren en te verharden. Dat plaatst progressieve politici in een strategische val: blijf je bij je waarden, dan word je geridiculiseerd als naïef of wereldvreemd. Pas je je toon of taal aan, dan ben je zogenaamd inconsistent of oneerlijk. De uitkomst staat al bij voorbaat vast.

Daarmee wordt ook duidelijk dat toonmatiging op zichzelf weinig oplost. Deradicalisering vindt zelden plaats in het politieke debat of in televisiestudio’s. Zij vindt plaats in sociale verbanden (in families, vriendenkringen en lokale gemeenschappen) waar vertrouwen en nabijheid bestaan. Het idee dat escalatoire politiek kan worden ‘ontkracht’ door simpelweg beter te framen of vriendelijker te formuleren, miskent de aard van het probleem.

Dit raakt aan de paradox van tolerantie: een samenleving die onbeperkt tolerant is tegenover krachten die haar fundamenten ondermijnen, ondergraaft uiteindelijk haar eigen vrijheid. Democratische volwassenheid vraagt om onderscheidingsvermogen. Niet ieder podium hoeft gedeeld te worden.

Ook het medialandschap speelt hierin een rol. Zowel alternatieve als mainstream media opereren binnen economische prikkels. Aandacht is schaars. Controverse verkoopt. Conflict genereert clicks. In een 24-uurs nieuwscyclus wordt spanning sneller beloond dan nuance. De toenemende concentratie van diverse media in grote mediabedrijven maakt die dynamiek nog urgenter.

Zo ontstaat een perverse prikkel: ideeën die shockeren krijgen disproportioneel veel podium. Vanuit het idee dat ‘alles ter discussie moet kunnen staan’ krijgt vrijwel ieder standpunt een schijn van gelijkwaardigheid. Dat is vals pluralisme. Feitelijke onderbouwing en institutionele ernst worden gereduceerd tot één mening onder velen. Dit is geen grote samenzwering, maar een structureel gevolg van commerciële logica. Financieel gewin en marktaandelen zijn an sich legitieme doelen, maar vallen niet vaak samen met het versterken van de democratie.

De capitulatie voor vals pluralisme en anti-intellectualisme onthult een diepe onzekerheid bij progressief en hoogopgeleid Nederland: angst om naïef of elitair te lijken, om de aansluiting met de ’’echte Nederlander’’ te verliezen. Maar wie politiek bedrijft zonder overtuiging, verliest richting. Dapperheid is noodzakelijk en dat betekent vertrouwen hebben in je eigen verhaal.

Ondertussen wachten de grote vraagstukken niet. Hoe organiseren we de energietransitie rechtvaardig? Hoe beschermen we publieke waarden in een tijd van digitalisering en AI? Hoe maken we wonen betaalbaar? Hoe versterken we preventieve zorg en gelijke kansen? Dat zijn institutionele opgaven en deze verdragen geen permanente afleiding.

Bij Volt stellen wij dat onze democratie onderhoud nodig heeft. Het antwoord is geen cynisme, maar versterking: burgerberaden en wijkbudgetten, digitale toegankelijkheid en gelijke informatievoorziening, investeringen in preventieve zorg en kansengelijkheid, en een digitale strategie ingebed in Europese waarden als privacy en transparantie. Dit vraagt stabiliteit, kennis en focus. Het vraagt om politici die het langetermijnverhaal durven vertellen, ook indien dat minder spectaculair oogt dan een verhitte talkshow.

Progressieve partijen moeten stoppen met reageren en opnieuw leren leiden met een positieve toekomstvisie. Niet defensief, maar constructief. Niet meegaan in elke opgelegde discussie, maar het publieke debat herijken rond de vragen die ertoe doen. Wonen wordt niet betaalbaarder door retoriek. Klimaatproblemen verdwijnen niet door struisvogelpolitiek. Digitale soevereiniteit ontstaat niet uit cynisme. Kansengelijkheid komt niet voort uit een permanente cultuurstrijd.

Tijd om de koers terug te pakken: kalm, constructief en onmiskenbaar strijdbaar.

Blog post: It's time for a combative progressive Netherlands

Jelmer Herms (February 22, 2026)

Progressive politics in the Netherlands has been losing ground for years. Not because it lacks ideas or plans, but because it too often gets caught up in discussions that it did not define or initiate.

Too often, progressive politicians respond to frames that have been designed elsewhere. Migration is discussed in terms of threat. Economic security in terms of scarcity. Climate policy must be ‘realistic enough’ within limits determined by (often incomplete) perceptions of public opinion. Those who accept the other side's playing field start at a disadvantage. From a defensive position, you can at best limit your losses, but rarely win.

Debates are driven by assumptions about what “ordinary people” would think, often colored by a conservative and gut-level frame of reference. Progressive parties, sensitive to language and framing, modulate their message to come across as ‘tougher’ or ‘stricter.’ As a result, the center slowly shifts further to the right.

Real progress in societal debate occurs when ideas meet and lead to better solutions through compromise. Democracy presupposes this clash: thesis, antithesis, synthesis. But that process only works when participants recognize each other's legitimacy and respect the rules of democracy. It requires a minimum shared reality.

Far-right and radical movements operate according to a different political logic. Their goal is not synthesis, but disruption. Not compromise, but permanent escalation. Polarization is not a by-product of this, but an instrument that often serves visibility, mobilization, and personal gain.

In this context, the classic debate model loses its power. Anyone who enters the playing field implicitly confirms the frame that has been created. The conversation is not conducted to arrive at better solutions, but to create and harden divisions. This places progressive politicians in a strategic trap: if you stick to your values, you will be ridiculed as naive or out of touch. If you adjust your tone or language, you will be accused of being inconsistent or dishonest. In either case, the outcome is predetermined.

This also makes it clear that moderating your tone does little to solve the problem. Deradicalization rarely takes place in political debates or television studios. It takes place in social contexts (in families, circles of friends, and local communities) where trust and closeness exist. The idea that escalatory politics can be “neutralized” simply by framing it better or phrasing it more kindly misunderstands the nature of the problem.

This touches on the paradox of tolerance: a society that is unlimitedly tolerant of forces that undermine its foundations ultimately undermines its own freedom. Democratic maturity requires discernment. Not every platform needs to be shared.

The media landscape also plays a role in this. Both alternative and mainstream media operate within economic incentives. Attention is scarce. Controversy sells. Conflict generates clicks. In a 24-hour news cycle, tension is rewarded more quickly than nuance. The increasing concentration of diverse media in large media companies makes this dynamic even more urgent.

This creates a perverse incentive: ideas that shock receive disproportionate attention. Based on the idea that ‘everything should be open to discussion,’ virtually every point of view is given a semblance of equality. This is false pluralism. Factual substantiation and institutional seriousness are reduced to one opinion among many. This is not a grand conspiracy, but a structural consequence of commercial logic. Financial gain and market share are legitimate goals in themselves, but they do not often coincide with the strengthening of democracy.

The capitulation to false pluralism and anti-intellectualism reveals a deep insecurity among progressive and highly educated Dutch people: fear of appearing naive or elitist, of losing touch with the ‘real Dutch.’ But those who engage in politics without conviction lose their direction. Courage is necessary, and that means having confidence in your own story.

Meanwhile, the major issues of our time will not wait. How do we organize the energy transition fairly? How do we protect public values in an age of digitization and AI? How do we make housing affordable? How do we strengthen preventive care and equal opportunities? These are institutional challenges, and they cannot tolerate permanent distraction.

With Volt, we argue that our democracy needs maintenance. The answer is not cynicism, but reinforcement: citizen councils and neighborhood budgets, digital accessibility and equal access to information, investments in preventive care and equal opportunities, and a digital strategy embedded in European values such as privacy and transparency. This requires stability, knowledge, and focus.

It requires politicians who dare to tell the long-term story, even if it looks less spectacular than a heated talk show. Progressive parties must stop reacting and learn to lead again with a positive vision of the future. Not defensively, but constructively. Not going along with every imposed discussion, but recalibrating the public debate around the questions that matter. Housing does not become more affordable through rhetoric.

Climate problems will not disappear through ostrich politics. Digital sovereignty does not arise from cynicism. Equal opportunities do not grow out of a permanent culture war.

Time to get back on track: calm, constructive, and unmistakably combative.