Bijdrage debat Aanpak Antisemitisme

Sinds 7 oktober 2023 is antisemitisme zichtbaar toegenomen. Vorige week debatteerden we in de Amsterdamse gemeenteraad over de aanpak van antisemitisme. Wij vinden dat veilig jezelf kunnen zijn geen gunst is, maar een kerntaak van de overheid.

Hieronder lees je de bijdrage van Itay tijdens het debat.

En hier lees je het artikel van De Telegraaf.

4 feb. 2026
Itay

Bijdrage Itay

Dank voorzitter.

Antisemitisme, Jodenhaat, bevindt zich op dit moment op een niveau dat we in decennia niet hebben gezien. Dat zeg ik niet om te dramatiseren. Tegelijkertijd wil ik dat zorgvuldig zeggen: ik leef hier in Amsterdam nog steeds veilig en vrij als Jood. Dat is mijn ervaring, en die erkenning vind ik belangrijk om uit te spreken. Maar het is ook waar dat die ervaring plaatsvindt in een context die sinds 7 oktober 2023 fundamenteel is veranderd. Juist daarom wil ik hier vandaag één norm expliciet maken. Mijn norm is: wat je ook van Israël vindt, Joden in Amsterdam zijn niet verantwoordelijk en mag je hier niet op aankijken.

Sinds 7 oktober 2023 is antisemitisme wereldwijd en ook in Nederland explosief toegenomen. Dat zien we niet alleen in cijfers, maar ook in concreet geweld en dreiging, ook in steden die we tot voor kort als veilig beschouwden. En dat zien we online, waar onder berichten over Israël, Joden en herdenkingen van de Holocaust een structurele stroom aan antisemitische reacties verschijnt, zo genormaliseerd dat reacties bij nieuws hierover regelmatig worden uitgeschakeld.

We horen dat Joden twijfelen of ze kunnen vertellen dat ze Joods zijn. Joodse Amsterdammers worden aangesproken op het handelen van de Israëlische regering, simpelweg omdat zij Joods zijn. En klassieke antisemitische complotten circuleren opnieuw, vaak verpakt in woorden als ‘zionisten’.

Daarbij valt op dat antisemitisme in de analyse nog te vaak wordt benaderd als een probleem dat vooral uit één richting komt. De nadruk ligt sterk op extreemrechts, terwijl juist sinds 7 oktober zichtbaar is dat antisemitisme uit meerdere hoeken tegelijk komt en elkaar versterkt: van extreemrechts tot extreemlinks en vormen van islamistisch extremisme. Wie de dreiging te smal definieert, doet geen recht aan de werkelijkheid waarin Joodse Amsterdammers leven en loopt het risico structureel te laat te reageren.

Wat daarbij in de analyse ontbreekt, is erkenning van hoe antisemitisme zich vandaag vaak manifesteert via antizionisme. Niet elke kritiek op Israël is antisemitisch, maar in de praktijk wordt ‘zionist’ steeds vaker gebruikt als vervangwoord voor ‘Jood’. Dat leidt tot verdachtmaking, uitsluiting en intimidatie. Als deze dynamiek niet expliciet wordt benoemd, blijft een wezenlijk deel van het probleem buiten beeld.

Wat deze periode extra zorgelijk maakt, is dat antisemitisme niet alleen zichtbaar is aan de randen van de samenleving, maar ook steeds vaker wordt genormaliseerd in het politieke en publieke domein. We hebben recent kunnen lezen hoe neonazistische netwerken actief zijn binnen een politieke partij die met meerdere zetels in ons parlement vertegenwoordigd is. Maar het probleem beperkt zich niet tot expliciet extremistische kringen. Wanneer volksvertegenwoordigers zonder enige duiding bronnen delen waar onder berichten over Israël en Joden structureel antisemitische drek te vinden is, bijvoorbeeld via accounts als Cestmocro, doet dat iets. Ook als dat niet zo bedoeld is. Het laat zien welke grenzen kennelijk zijn verschoven en waar niemand meer iets van zegt. En precies dat maakt antisemitisme normaler en het leven van Joodse Amsterdammers minder veilig.

Dat alles raakt een gemeenschap van ongeveer 30.000 mensen in de regio Groot-Amsterdam, zo’n 3 procent van de Amsterdamse bevolking, die tegelijkertijd structureel de meeste meldingen van haat en discriminatie kent. In gesprekken met Joden om mij heen hoor ik vragen die ik hier eerder niet hoorde: is hier nog wel een toekomst voor mij?

Tegelijkertijd geloof ik in deze stad. Juist omdat er veel mensen zijn, in de politiek en daarbuiten, die pal staan voor de veiligheid en vrijheid van Joodse Amsterdammers, zeg ik vandaag: er is werk aan de winkel.

Dan het plan van aanpak dat voorligt. Het is goed dat dit plan er is, dat er erkenning is voor het probleem en dat wordt ingezet op ontmoeting en dialoog. Maar dit plan komt te laat. Na 7 oktober had er onmiddellijk opgeschaald moeten worden. Sterker nog: die datum vormt in dit plan nauwelijks een expliciet vertrekpunt, terwijl juist vanaf toen de situatie fundamenteel is veranderd. Wat nu voorligt, leest alsof het is geschreven voor de tijd daarvoor. Ik zie dit plan als een startpunt dat moet worden aangevuld en verdiept, en dat ingericht moet worden op een periode van verhoogde spanning, met duidelijke momenten waarop het college kan en moet opschalen.

Wat ik mis, is urgentie en een helder kader voor de openbare ruimte: welke norm stellen we, en wanneer grijpt de overheid in als grenzen worden overschreden? Juist bij demonstraties is die onduidelijkheid voelbaar, waardoor voor veel Joodse Amsterdammers onzekerheid en wantrouwen ontstaat.

Ook rondom meldingen blijft te vaak onduidelijk wat er daarna gebeurt en hoe mensen worden teruggekoppeld. Zonder zichtbare opvolging haken mensen af, en dat ondermijnt vertrouwen.

En dat brengt mij bij een fundamentele vraag die ik in deze aanpak mis: wanneer zijn wij als stad eigenlijk tevreden? Is dat als Joodse instellingen permanent beveiligd zijn of als Joodse instellingen juist geen beveiliging meer nodig hebben? Zijn wij tevreden als het aantal meldingen omhoog gaat omdat ze vertrouwen dat de gemeente er iets mee doet of als Joods leven openlijk weer gevierd wordt?

Wat mij bovendien opvalt, is dat veel verantwoordelijkheid in deze aanpak bij de Joodse Amsterdammers zelf wordt gelegd. Ga melden. Ga in dialoog. Vergroot je eigen regie. Dat zijn belangrijke elementen, maar ik vraag me af hoe dit leest voor iemand die zelf antisemitisme heeft meegemaakt. Voor wie zich onveilig voelde, of niet serieus genomen. Leest diegene hier wat de gemeente concreet gaat doen, of vooral wat er van henzelf wordt verwacht? Normstelling in de openbare ruimte en bescherming tegen antisemitisme zijn geen vrijwillige inspanning van de Joodse gemeenschappen, maar een kerntaak van de overheid.

Als we deze aanpak serieus willen versterken, vraagt dat om een brede dialoog met Joodse organisaties van alle politieke kleuren en religieuze stromingen, met ruimte om dit plan daadwerkelijk aan te vullen. Tot slot, voorzitter bij de ambitie over zelfbeschikking en eigen regie blijft onduidelijk wat die steun concreet betekent: gaat het om middelen, of alleen om woorden?

Dit debat is belangrijk, niet alleen voor Joodse Amsterdammers, maar voor de stad als geheel. Want hoe wij omgaan met antisemitisme zegt iets over hoe serieus we zijn over gelijkwaardigheid, en over de vraag of de rechtsstaat voor iedereen even hard werkt. Antisemitisme is geen randverschijnsel; het is een realiteit waar de overheid hier en nu verantwoordelijkheid voor draagt.

Mijn oproep aan het college is daarom helder: zie dit plan als een begin, niet als een afronding. Breng urgentie aan, stel duidelijke normen en organiseer veiligheid expliciet. Dit debat is voor mij geen eindpunt. Op basis van de beantwoording zal mijn fractie met moties komen om deze aanpak aan te scherpen, omdat woorden alleen hier niet voldoende zijn.

Tot zover.