Maidenspeech Itay Garmy

Op 14 september 2022 gaf Itay Garmy zijn maidenspeech. Deze kun je hier terugkijken en -lezen.

15 sep. 2022

"Ik ben de enige in mijn familie die in Nederland geboren is en heb nu de gekke en te gekke eer om mijn lievelingsstad Amsterdam te vertegenwoordigen. Het is niet vanzelfsprekend dat ik hier sta.

Een familie die vlucht van Yemen naar Israël. Een boot uit Polen die naar Brazilië ging in plaats van naar Amerika. Een man op een verre reis die uit de tram stapt en een vrouw vraagt om de weg. Uiteindelijk mijn opa en oma. Een serie vol toevalligheden die uiteindelijk leidde naar mij, naar dit moment.

Voorzitter, ik heb altijd geleerd dat je iets terug moet geven aan de gemeenschap waarin je opgegroeid bent. Toeval maakt dat je geboren wordt in een gemeenschap waarin iedereen door dat toeval het met elkaar moet zien te rooien.

Om die gemeenschap tot een succes te maken, moet je je inzetten. Of het nou voor je land, stad, buurt, of straat is. En om een gemeenschap te vormen moet je je verbinden met mensen die anders zijn dan jij. De nuance zoeken en kijken waar je elkaar kan vinden.

Toen ik 18 jaar was verhuisde ik naar Israël. Ik ging een leiderschapsopleiding volgen. Israël is mijn tweede thuisland. Ik wilde een positieve bijdrage leveren aan de maatschappij. Mijn droom was het Israëlisch-Palestijns conflict op te lossen. Helaas niet gelukt. Een paar weken na mijn komst brak er oorlog uit.

Ik zat er vlakbij. Ik weet nog goed hoe het luchtalarm dagen en nachtenlang afging, hoe het voelde als het afging, een geluid dat onder je huid gaat zitten, dat je gaat horen ook als het er even niet is. De schuilkelder. De geur daarvan, de gespannen stilte, het wachten, de stomme grappen die je toch maakt, juist omdat je echt bang bent.

Onze opleiding werd stopgezet. Wij moesten ons melden bij een stad aan het front.

Wij kregen de taak om psychologische hulpverlening te leveren. Met een busje werden we om de zoveel uur naar verschillende families gebracht die dagenlang opgesloten hadden gezeten in een kleine ruimte. Wij moesten proberen de kinderen zover te krijgen om met ons te praten over wat ze meemaakten. Kinderen die in shock waren van de situatie en niet in staat waren om naar buiten te gaan. Daar sta je dan - zelf nog een kind.

Het was daar dat ik wist dat ik beleid wilde maken dat mensen kan helpen, duizenden mensen tegelijk. Het was daar dat ik de drie lessen leerde die ik altijd zal toepassen:

Om te beginnen, het kan niet in je eentje, er kan überhaupt veel minder dan we allemaal zouden willen. Politiek gaat op z’n mooist over dingen die kunnen, maar veel vaker gaat het over alle dingen die niet kunnen. Zoals in je eentje een eeuwenoud conflict oplossen.

Daarom is onze inzet ook zo belangrijk. Het klinkt als een cliché maar je komt echt alleen verder als je dingen samen oppakt. Maar je moet daarvoor wel bereid zijn je in te zetten voor je gemeenschap. Inzetten voor de ander. Iedereen kan dat doen op zijn eigen manier maar het daadwerkelijk doen is dé voorwaarde om vooruit te komen.

De tweede les die ik leerde is nuance. We zijn allemaal de optelsom van vele verhalen. En om vooruit te komen moeten we er voor zorgen dat die gelaagdheid ruimte krijgt. We moeten ons inzetten voor ontmoeting, juist voor ontmoetingen die moeilijk zijn.

En als laatste, er kan wel wat, zolang je vol overgave meedoet.

En dan moet je vol overgave meedoen in de rol die je krijgt, of de rol die op dat moment nodig is. Mijn officier zei: als er een leider nodig is wees dan een leider en als er een wiel nodig is wees dan een wiel.

Je moet vol overgave meedoen in een groter geheel, en accepteren dat dit geheel, zoals bijvoorbeeld Europa, of een stad als Amsterdam, niet helemaal te overzien is. En toch moet je erop vertrouwen dat het geheel de enige weg vooruit is.

Want onderdeel zijn van een groter geheel dan jezelf is iets wat kracht geeft - en iets dat je veilig houdt. Ook dat speelde een rol in mijn opvoeding: veilig zijn. De angst dat je niet geaccepteerd wordt om je identiteit. Daarom moest ik mijn best doen, mezelf dienstbaar opstellen en het liefst ook verbergen wie ik eigenlijk ben.

Voorzitter het is misschien toeval dat ik hier terecht ben gekomen maar niet dat ik hier gebleven ben. In Amsterdam voel ik mij thuis.

Toen ik terugkwam uit Israël liep ik door de Maasstraat. De plek waar ik ben opgegroeid. De geschiedenis van de stad, het horen van zestig talen, kerken moskeeën en synagogen, mensen van over de hele wereld, de vrijheid van de Wallen, de coffeeshops en de nachtclubs. Onze stad ademt - nog steeds - vrijheid en openheid. Maar ik realiseer mij dat die vrijheid niet vanzelfsprekend is en dat niet iedereen die vrijheid ervaart. Het onderzoek naar moslimdiscriminatie toont dat aan.

Altijd kunnen zijn wie je wilt zijn.

Voor die vrijheid ga ik mij de komende jaren inzetten. Het is namelijk onze morele plicht als stadsbestuur er alles aan te doen dat iedereen hier vrij kan leven. Juist nu. Juist als volksmenners met hun eigen opportunistische agenda nieuwe loopgraven graven en mensen tegen elkaar opzetten.

Ik heb twee vragen aan de wethouder en de burgemeester. In mijn bijdrage geef ik aan dat je verschillend kan zijn, meerdere identiteiten kan hebben en je toch kan identificeren met een ander. En vervolgens het gesprek aan gaan.

Want verbinding voorzitter, ligt altijd in het gesprek. Mijn vraag is dan ook; proberen de wethouder en de burgemeester bij het aanpakken van discriminatie verschillende groepen uit Amsterdam actief bij elkaar te brengen - en zo ja hoe?

Mijn tweede vraag voorzitter heeft betrekking op alle onderzoeken die zijn uitgevoerd door de gemeente bij groepen in onze stad die niet altijd veilig en vrij zijn. Denkt de wethouder nu genoeg aanbevelingen te hebben om ons nieuwe anti discriminatiebeleid te verbeteren - en zo ja, wat is de meest belangrijke stap die de gemeente moet zetten?

Voorzitter, om af te ronden.

Samenwerking heeft er voor gezorgd dat wij op een continent leven dat - tot voor kort - uniek vreedzaam, veilig en welvarend was. Een continent dat heeft laten zien wat je kan bereiken door voor elkaar op te komen. Alleen door onze fundamenten te versterken voorkomen we dat onze stad maar ook Europa wegzakt in verdeeldheid, polarisatie en wantrouwen.

Net gaf ik aan dat ik vroeger moest verbergen wie ik was. Alleen dat kan niet meer. Ik sta nu hier. Vol overgave.

Ik sta hier namens alle Amsterdammers, namens alle mensen die de hele wereld over trokken omdat ze niet konden zijn wie ze waren. Namens alle mensen die vandaag nog moeten vechten om te kunnen zijn wie ze zijn. Namens alle mensen die ik toevallig ben: jong, man, Joods, theoretisch opgeleid, politiek geïnteresseerd, voetbalfanaat, en de mensen die ik niet ben. Ik geloof dat dat kan - je met mensen identificeren, er oprecht zijn voor mensen - die je zelf niet bent.

Dat wil ik de komende jaren proberen. Dat ga ik doen. Als een wiel, als een raadslid, als een luisterend oor, als een leider maar vooral als Amsterdammer.

Ik heb er zin in.

Dankjulliewel"