Wie kan er meedoen?

Tijdens de Provinciale Statenvergadering van 1 juni stonden participatie, inclusie en de toekomst van Noord-Holland centraal. Volt Noord-Holland kreeg steun voor een amendement dat inspraak toegankelijker maakt voor meer inwoners en diende samen met andere partijen voorstellen in rondom het regenboogstembusakkoord. In deze terugblik lees je wat er werd besloten en waarom juist deze onderwerpen ertoe doen.

10 jun. 2026

De belangrijkste discussie van de Provinciale Statenvergadering van 1 juni ging niet over woningbouw, natuur of klimaat. Het ging over een veel eenvoudigere vraag: wie telt er eigenlijk mee? Die vraag dook steeds weer op. Bij de participatieverordening. Bij het regenboogstembusakkoord. En zelfs in de discussies over klimaat en de toekomst van Noord-Holland.

Neem de participatieverordening. Weinig mensen worden daar spontaan enthousiast van, maar achter dat droge document zit iets wezenlijks: hoe zorg je ervoor dat gewone inwoners echt iets te zeggen hebben over wat de provincie doet?

Bijna iedereen in de zaal was het erover eens dat participatie belangrijk is. Maar meedoen is niet voor iedereen even vanzelfsprekend. Volt diende daarom samen met de Partij voor de Dieren een amendement in: inwoners moeten niet alleen schriftelijk of mondeling hun mening kunnen geven, maar ook op andere manieren, zoals via Nederlandse Gebarentaal. Het amendement werd met een ruime meerderheid aangenomen.

Klein detail? Misschien. Maar als je echt vindt dat iedereen moet kunnen meedoen, dan moet je daar ook iets voor regelen.

Diezelfde gedachte speelde bij het regenboogstembusakkoord. Noord-Holland voelt voor velen als een open en vrije provincie. Maar uit onderzoek en uit de verhalen van inwoners blijkt dat veiligheid en acceptatie voor lhbtiqa+-mensen nog lang niet overal vanzelfsprekend zijn. Het akkoord is dan ook meer dan  een symbool. Het gaat over de vraag of de provincie actief wil helpen: initiatieven ondersteunen, kennis delen en netwerken versterken.

Dat soort discussies gaat zelden over grote ideologische scheidslijnen. Bijna iedereen vindt inclusie belangrijk. Het echte meningsverschil zit in de vraag: hoe ver ga je daarin als provincie? Voor Volt is het antwoord helder: als je kunt helpen, doe het dan ook.

In de twee-minutendebatten aan het einde van de vergadering keerde dezelfde vraag terug, maar dan over de lange termijn. Op papier ging het over klimaatbeleid, de Schoorlse Duinen en de Omgevingsvisie. Maar eigenlijk draaide het steeds om iets anders: durven we keuzes te maken voor een toekomst die nog ver weg lijkt?

Bij klimaat gaat het uiteindelijk niet om mooie plannen, maar om of er ook echt iets van de grond komt. Bij de Schoorlse Duinen bleek opnieuw hoe ingewikkeld het is als belangen botsen. En de Omgevingsvisie, door Volt en D66 op de agenda gezet, stelde misschien wel de meest ongemakkelijke vraag van allemaal: hoe ziet Noord-Holland er over dertig jaar uit? Niet over vier jaar, maar echt vooruit kijken.

Dat debat trekt minder aandacht dan een aangenomen amendement. Maar hier wordt bepaald welke kant het opgaat. De vergadering van 1 juni liet zien dat democratie meer is dan handen opsteken. Het gaat ook over wie er aan tafel zit. Wie gehoord wordt. En wie de kans krijgt om mee te doen.

Dat klinkt misschien vanzelfsprekend. Maar in een tijd waarin het vertrouwen in de politiek onder druk staat, is het belangrijker dan ooit dat mensen zich gehoord voelen en daadwerkelijk kunnen meedoen.