Verklaring naar aanleiding van de Voltbijdrage over moslimdiscriminatie

Chris IJsbrandy, fractievoorzitter Volt Haarlem, reflecteert op de raadsvergadering van 18 juni

26 jun. 2026
Itay Garmy, voormalig gemeenteraadslid voor Volt in Amsterdam, met met DENK-raadslid Sheher Khan

In het debat over het Coalitieakkoord van 18 juni heb ik namens de Volt-fractie aandacht gevraagd voor de toenemende discriminatie van de moslimgemeenschap.

Ik wilde tijdens mijn bijdrage waarschuwen voor de gevolgen waartoe discriminatie kan leiden en de nieuwe coalitie oproepen om moslimhaat actief te bestrijden.

Helaas heb ik daarbij een ongelukkige vergelijking met de Holocaust gemaakt.

Ik bestrijd elke vorm van discriminatie en uitsluiting. Mijn uitspraken in de Gemeenteraad zijn voor leden van de Joodse gemeenschap kwetsend geweest. Dat is het tegenovergestelde van wat ik heb willen bereiken. Voor deze uitspraken bied ik mijn oprechte excuses aan.

Wanneer we willen bouwen aan een inclusieve stad, moeten we discriminatie altijd benoemen en bestrijden. Ik ben diep geraakt door verhalen van Nederlandse moslims die mij vertelden dat zij zich steeds vaker afvragen of er nog een toekomst voor hen is in Nederland.

Ze hebben het gevoel dat wat ze ook proberen, dat ze toch nooit als Nederlander zullen worden gezien.

Politici trekken hun ‘Nederlanderschap’ openlijk in twijfel en spreken over ‘remigratie’ van moslim-Nederlanders. De moslimgemeenschap ervaart discriminatie bij sollicitaties, in het uitgaansleven, en in de politieke gevoeligheid van een mogelijke moskee in Haarlem. Dat gevoel heb ik willen benoemen in het raadsdebat.

Ik zet me de komende jaren in voor een inclusief Haarlem. Ik zal daarbij in gesprek gaan met alle gemeenschappen die Haarlem rijk is. Om samen te bouwen aan een stad die al haar inwoners in al hun diversiteit omarmt.

Chris IJsbrandy

Fractievoorzitter Volt Haarlem