Alexander Boelen

Volg Alexander

“Deventer is een stad om trots op te zijn!”

Een gemeente draait om gemeenschap. Ik ben er klaar voor om die van Deventer te dienen

Winterzicht Brink Deventer 2007 (fotograaf: Boelen, A.J.)

Deventer is mijn thuis. Al meer dan dertig jaar woon ik met hart en ziel in het centrum van deze stad, en elke dag zie ik opnieuw wat haar zo bijzonder maakt: de menselijke maat, de historische warmte, de gemeenschap die hier leeft. Hier is ook mijn zoon opgegroeid. Hij staat nu aan het begin van zijn eigen weg, studerend in Enschede, zoekend naar zijn toekomst. Ik gun hem — en alle jongeren van zijn generatie — een stad en een wereld die hen écht kansen biedt. Dat is de drijfveer achter mijn kandidatuur voor de gemeenteraad namens Volt.

Ik ben van origine stedenbouwkundig ontwerper, afgestudeerd aan de TU Delft, en later kennistechnoloog aan de University of Middlesex in Londen. Die combinatie — de stad begrijpen én de kracht van kennis en innovatie benutten — heeft mijn hele loopbaan gevormd. Als ondernemer en strateeg heb ik meer dan dertig jaar gewerkt aan vernieuwing: van de technologie achter NL-Alert tot de basis van wat nu de verkeersinfo in je navigatie is. Als docent op universiteit en hogescholen, heb ik mijn studenten geholpen zich te ontwikkelen door complexe materie toegankelijk te maken. Ik weet hoe je complexe vraagstukken omzet in concrete oplossingen.

Maar politiek is voor mij geen verlengde van een cv. Het gaat om mensen. Volt spreekt mij aan omdat de partij radicaal positief is: geen nostalgie, maar lef. Vrijheid, gelijkheid en solidariteit niet als loze woorden, maar als dagelijkse keuzes. Een sterk, democratisch Europa als fundament voor de toekomst van onze kinderen.

Voor Deventer wil ik concreet aan de slag. De woningnood onder jongeren is urgent — ik pleit voor het op korte termijn realiseren van honderden betaalbare wooneenheden, bijvoorbeeld in het Stadsland gebied en bij OV-knooppunten. Want als jongeren kunnen doorstromen, komt de hele woningmarkt in beweging. Tegelijk wil ik investeren in laagdrempelige wijkhubs waar mensen uit de buurt — samen met professionals — eerstelijns ondersteuning vinden: sociaal, mentaal, fysiek en financieel. Voorkomen is beter dan genezen, en verbinding is het sterkste medicijn tegen eenzaamheid en uitsluiting.